ZH002 Den Haag / Segbroekpolder ongedateerd

Het belangrijkste brongebied van de Haagse Beek (zie ook ZH001) was de Segbroekpolder. Het betrof geen polder in de gebruikelijke zin, maar een van oorsprong venige, overstoven duinvallei. Bij de geleidelijke ontginning ervan is er sprake geweest van wateroverlast op de lagere delen door inklinking en de komvorm van het gebied, tegelijkertijd was het duinwater in drogere delen welkom voor agrarisch gebruik. De dubbele beek, een langs de flank van de strandwal en een waterloop in het midden van Segbrouck op de kaart van Floris Balthasars uit 1611 lijkt dat te suggereren. Niet ongebruikelijk gezien de bevloeiings-(inundatie)praktijken langs de binnenduinranden (zie ook ZH003/4 en NH). Het bleef kwakkelen met het waterbeheer; er werden in het natte Westerkwartier met instemming van het hoogheemraadschap Delfland kleine molens geplaatst voor de waterlossing. Deze situatie duurde voort totdat door zandwinning in de 19e eeuw het volume drang(kwel)water sterk afnam, er droge bodemcondities ontstonden en het stuwen van water noodzakelijk werd. Uiteindelijk werd er zelfs water ingelaten. In tijden van droogte werd er grasland bevloeid tot in ieder geval 1959. In de zestiger jaren was de westelijk gelegen sloot van waaruit dat gebeurde nog aanwezig.