van de Water, Johan (1728): Groot placaatboek vervattende alle de placaten, ordonnantien en edicten, der Edele Mogende Heeren Staten 's Lands van Utrecht; mitsgaders van de Ed. Groot Achtb. Heeren Borgemeesteren en Vroedschap der Stad Utrecht; tot het jaar 1728 ingesloten. 3 delen. Folio. [LIV],115,[1],764; [II],1222; [IV],1124p.
Net als bij de polders Dronthen, Kampereiland en Mastenbroek is in de Bunschoterpolder sprake geweest van winter- en getijdenbevloeiing. In 18e eeuwse stukken wordt het beschreven als het beëbben en bevloeyen onder het gezag van de ‘Maarschalk van Eemland’, Jacob van Zuylen van Nyveld. We weten uit een nabij gelegen polder bij Eemnes dat het Zuiderzeewater hier rijk aan klei was (Meester, W. (2017) Een brug, een polder en een rivier - de “Eembrug” in: Bun Historiael 38,4:180-189). Net als bij de uitstroom van IJsselwater, zorgde de uitstroom van de Eem dat de Zuiderzee hier voldoende zoet water bevatte om geen schade aan het grasland toe te brengen.