C.M.F. von Bönninghausen (1820/1988), Über die trentische Roggenwirtschaft [(Over) De Twentse Roggebouw], Berlijn;
Koers, A. (2014), De Twentse edelen, Enter; 126;*
* ‘De Grote Maat, een vloeiweide van ongeveer vijf hectare, direct westelijk van Huis Herinckhave. (...) diende ’s winters als reservoir voor de watermolen van Herinckhave (voor het eerst vermeld in 1521, herbouw ca 1643 en tot 1740 volledig in bedrijf red.) en stond tot april twee tot vier voet onder water. Het vee dat er ’s zomers op graasde verkeerde echter in topconditie. Recent onderzoek van het Waterschap Regge en Dinkel maakt het aannemelijk dat men, door het scheiden en omleiden van het zure veen- en heidewater, in staat was alleen het kalkrijke kwel- en beekwater door deze Grote Maat te leiden.’