Versluijs, R., A. Jansen (2018) LESA De Slenk, Nijmegen; 23-28;*
* ‘Via flankgreppels werd het water naar de randen, die aan de binnenzijde van de aarden wallen lagen, geleidt (Afb. 30). Omdat deze greppels dood lopen kon het water uiteindelijk overstromen en het hooiland bevloeien. In het uiterste westen werd het water dan weer via een greppel afgelaten. De laagte aan de noordkant van de Slenk is ook heel kenmerkend. Er is hier een greppelsysteem gegraven zonder afvoersloot (Afb. 30). De doodlopende greppels zijn niet gegraven om deze laagte te ontwateren maar dienden voor het vasthouden van grondwater. Rond De Slenk zijn nog enkele van deze laagten te herkennen, dit betroffen kwelkoppen met uittredend grondwater.’