OV050 Kampen / Kampereilend 1717

* ‘De dijken werden zo aangelegd dat ze hoog genoeg waren om het zomerwater te weren, maar laag genoeg om het winterwater over de weiden en hooilanden te laten stromen. Dit leidde ertoe dat er elk jaar een bemesting van de landen plaatsvond in de vorm van een laagje slib. Daar het gebied in de monding van de IJssel ligt, was het zeewater zoet genoeg om geen noemenswaardige schade aan het land te veroorzaken.’