Boom, H. (1846); Mijne reisportefeuille, Omzwervingen door Overijssel in het najaar van 1846; Zwolle*
van Kouwen, M. (2015); Historisch en actueel waterbeheer van de Dinkel, een interdisciplinair onderzoek naar transities en inzet van watererfgoed van de Dinkel 1815-2015, Groningen, 92;
Wandelend geeft Harm Boom de ‘neef van den Drentschen Assessor’, in 1846 lovend commentaar op de vloeiweiden van Singraven:
* ‘Het opgestuwde water verspreidt zich over eene grasvlakte van verscheidene bunders, en eene hoogte die men verkiest, terwijl door een schut een spoedige afloop kan worden aangebragt. Een goed grasgewas heeft op deze aldus bevloeide landen nog nooit gemist, en de quantiteit is altijd grooter dan van dezelfde uitgestrektheid best gemest land onder Denekamp. Vandaar dat de eerste snede van ongeveer een bunder grasland op Singraven verpacht wordt à f30,00 en een halve bunder niet bevloeid land bij Denekamp, nog geen f10,00 kan opbrengen.’
In het gebied tussen het huis Singraven en de zaagmolen van het landgoed zijn nog relicten terug te vinden. Twee verschillende maten ‘vloeimessen’ (metalen handstuwen om in vloeigoten te plaatsen) die daar gebruikt zijn, zijn te zien het veldwerkcentrum van landgoed het Lankheet in Haaksbergen.