Sligcher, J., & Cramer, H. (1911)
De Ootmarsumse familie Cramer verhuurde haar molens aan veelal Veluwse papiermakers zoals Tobias van Lo. Deze Tobias sloot in maart 1781 een nieuw huurcontract af. Hij huurde nu naast de middelste molen ook de bovenste molen. In het huurcontract werden afspraken gemaakt over het watergebruik voor de molen . Zo kreeg de huurder het recht de ʹHarmelinkmateʹ te ruimen zo vaak hij dat nodig achtte mits de boer die het perceel gebruikte er geen last had. Met dit ruimen werd bedoeld het onderhoud van de langs het perceel lopende beek. Daar stond tegenover dat de boer de ʹHarmelinkmateʹ niet mocht bevloeien in de periode van ʹde eerste mei tot Sint Martinus toeʹ, oftewel 11 november. Het recht om gedurende vijf dagen in de week gebruik te maken van het water van de Mosbeek had Tobias van Lo al voor de middelste molen maar uit het huurcontract bleek dat dezelfde bepaling ook van toepassing was op de nieuw gehuurde molen.