OV034 Vasse / Beekzijde 1618

In de markevergadering in juli 1618 werd gesproken over Masselink, Wennegerink, Geerdinck en Vrielinck die ʹongebruikelijkeʹ waterleidingen in gebruik hadden genomen. Zij kregen de gelegenheid deze waterleidingen ʹte genieten en te gebruikenʹ tot de eerstvolgende mei waarna zij de waterleidingen moesten terugbrengen naar ʹolde gewoonte van de markeʹ en alle ongebruikelijkheden zouden afschaffen. Dit duidt op het gebruik van water voor winterbevloeiing die blijkbaar al van oudsher plaats vond maar door de vier boeren in hun eigen voordeel was aangepast. In september 1635 kwam de markerichter op verzoek van Wennegerink en Geerdink tot een oordeel over hun bevloeiingsrechten. Beide boeren leidden het water van de Oude beek al lange tijd over hun gronden en zij legden de vraag voor of zij als vanouds het water mochten leiden ʹwaar zij willen en kunnenʹ. Er was dus duidelijk sprake van bevloeiing waarbij het water kon worden gestuurd. De markerichter besliste dat de beide boeren ʹzulks doen en genieten mogen gedurende hun behoorlijke tijd om het water te leiden en zo hun land te verbeteren zonder dat zij hun buren benadelenʹ.