OV032 Hezingen / Springendalsebeek 1548

Op 16 mei 1548 werd in het klooster Frenswegen een verdrag gesloten tussen Bentheim en Overijssel over de grens tussen beide gebieden. In dit verdrag komt ook bevloeiing vanuit de Medebeek (Springendalsebeek) ter sprake. De drie oude bisschoppelijke erven Brunninckhuys, Bernink, en Medebeke, het erf Schadebusch (Schabos) dat toebehoorde aan het klooster te Weerselo en het Rupenhuys dat toebehoorde aan het gasthuis in Ootmarsum hadden gronden langs de Medebeek. Dat het water uit de beek door hen en hun Bentheimer buren werd gebruikt om hun landen te bevloeien weten we door de zinsnede in het grenstraktaat: “ende aengaende de beeke aldaer genaemt de Medebeke sullen de voors. ingesetenen ende buyren ten beyden sijden deselve beeke boven ende beneden mogen gebruiken om haer land te wateren ende te verbeteren, elk sijnen behoorlijken tijt en daernae deselve beeke haeren olden gewoontlijken loop laten holden”. De buren kregen de verplichting opgelegd om gezamenlijk de beek te onderhouden en de Medebeek na afloop van het bevloeiingsseizoen ʹweder toegedykt zal worden ende de Aa haren gewoentlijken stroem laten holdenʹ. Het traktaat beschrijft het gemeenschappelijk gebruik van het gebied als een ʹvanoudsʹ bestaande situatie.