NH020 Edam-Volendam / De Zeevang 1584

* ‘In tegenstelling tot Assendelft (NH003) werd in de Zeevang niet alleen van zeewater, maar ook van boezemwater gebruik gemaakt. Dit blijkt uit het feit dat het inunderen mede en soms ook uitsluitend geschiedde door het openen van de binnensluizen en het doorsteken van de binnendijken. Nog een verschil met Assendelft is dat het niet, of niet altijd, om beslibbing te doen was. Op 9 november 1584 besloten de burgemeesters van Edam en Oosthuizen en de bestuurders van de dorpjes in het gebied de sluizen bij vloed te openen “omme die muysen daardoor te mogen quijt worden”.In 1620, 1624, 1642, 1646 en 1655 wordt dezelfde reden voor de inundatie genoemd. Voor ongediertebestrijding volstond een korte onderwaterzetting. Zodoende werd begin november 1623 besloten tot een inundatie van acht dagen.’

** ‘Het is opvallend dat er geen klachten zijn overgeleverd inzake zoutschade. Te Assendelft (NH003 red.) en in de Zeevang werd immers van het zeewater gebruik gemaakt. Hierbij moet echter bedacht worden dat zeker het water in het westelijk deel van het IJ tot diep in de zestiende eeuw maar weinig zilt was, de invloed van incidentele stormvloeden daargelaten. Dat kwam onder meer doordat er via beekjes veel duinwater het Wijkermeer in stroomde. De uitwateringen van de boezem van Rijnland te Spaarndam en Halfweg voegden daar het nodige aan toe. Bovendien was in deze doodlopende hoek van het IJ van de getijden maar weinig merkbaar.’