Van Heek, G.J. et al. (1897), Verslag der Staatscommissie benoemd bij het Koninklijk Besluit van 5 mei 1893 No. 16 tot het instellen van een onderzoek omtrent de bevloeiingen, ‘s-Gravenhage;74;*
* ‘Eene (vloeiweide red.), ter groote van 2.365 H.A., behoort aan den heer H. de Bruyn te Bladel, zij ligt ten zuidoosten van het dorp van dien naam, aan de linkeroever der Kleine Aa.’
Volgens de staatscommissie behoorde deze vloeiweide tot één van de oudste kunstbevloeiingen (dus anders dan de ‘wilde’ boerensystemen, die zo overigens zo ‘wild’ nog niet waren, (zie Achterhoek en Twente) van het land (zie ook NB017), deze is uit 1839. Het onderhoud was goed, zo luidde het oordeel, met gunstige opbrengsten tot gevolg.