Timmers, T. (2023), Weijers in het landschap, in: Van den Oetelaar, J. van der Straaten, J. Timmers (red.) Het stroomgebied van de Dommel, een landschapsbiografie, Woudrichem; 352-354;
Een deel van de weijer (van het Latijnse woord vivarium, hier in de betekenis van visvijver; elders ook ‘w(e)ijer’ in de betekenis van een waterbuffer bij watermolens) werd in de 19e eeuw omgevormd tot een vloeiveld, in dit deel van Brabant ook ‘wetering’ genoemd. Een succes lijkt het niet te zijn geweest, want ‘deze werd weldra door zand uit den er langs vloeiënden Beekloop zóó dik overdekt, dat ze geheel vernietigd en tevens een groote uitgestrekheid turf bedolven werd.’ Later die eeuw werd een nieuwe poging gedaan. Op de kadastrale hulpkaart B156 van 1895 is een langgerekte vloeiweide ingetekend, die nog iets later aan de westkant verder werd uitgebreid. Op het AHN wijzen relicten op rugbevloeiing / beddenbouw. Een soortgelijk dubbelgebruik van visteelt en vloeiweide lijkt ook bij de iets zuidelijker gelegen Brouwersweijer het geval te zijn geweest.