Haartsen, A. et.al. (2012), Cultuurhistorisch onderzoek landgoed Gorp & Roovert, Haaften, 18;*
* ‘De nieuwe eigenaar werd de rijke Antwerpenaar ridder P.J.J. de Bosschaert de Bouwel, die omstreeks 1810 ook al de boerderijen aan de westkant van de Rovertsche Leij had gekocht. In 1840, toen de bezittingen waren geërfd door zijn dochter Isabella en haar man Jean Oxy de Wichem, omvatten de Gorpse bezittingen zo’n 110 ha. Het land bestond uit ‘zeer goed bouw-, wei- en hooiland. Dertien ha hooiland werd jaarlijks bevloeid door de beek. Verder waren er schaarbossen (hakhout, red.) en mastbossen (eikenhout, red.) en een grote uitgestrektheid heidegronden. Het Starrebosch had een omvang van 6.5 bunder met een schone visvijver in het midden’. (bron: Van der Aa, 1843). In 1838 waren al weilanden in het beekdal van de Leij onder Goirle verkocht aan kroonprins Willem, vanaf 1840 Koning Willem II, die regelmatig in Tilburg verbleef.’