Thissen, P., M. Meijer (1991), Rug- en hangbouwbevloeiing in Nederland, een negentiende eeuwse cultuurtechnische innovatie die niet doorzette, in: Landinrichting, 1991/31 4; 16-23;*
Van den Oetelaar, J. van der Straaten, J. Timmers (red.) (2023), Het stroomgebied van de Dommel, een landschapsbiografie, Woudrichem; 951;
In dit gebied van Natuurmonumenten ligt nog het enige 19e eeuwse complex industriële vloeiweiden dat – in vereenvoudigde vorm – functioneert. Het was oorspronkelijk een bedden- of rugbouwsysteem, zoals dat in het nabijgelegen Belgische Lommel nog, of liever gezegd na herstel, weer functioneert. Dit werd in 1851 door graaf Clermont uit Maastricht aangelegd. Aanvankelijk bedoeld als een complex van 300 ha, maar bij gebrek aan voldoende water uit het kanaal Bocholt-Herentals werd dit uiteindelijk 52 ha. Daarvan zijn nu 16 ha in bedrijf.
* ‘Bij rugbouw waren de percelen opgedeeld in ruggen van 5 tot 20 meter breed. Iedere rug had bovenop een aanvoergreppel, waarover uit de hele lengte regelmatig in een dunne laag naar beide zijden afstroomde; aan beide onderzijden van de rug lagen afvoersloten.’
Natuurmonumenten heeft voor de praktijk van het vloeisysteem in de Pelterheggen, net als het Lankheet (OV043) met de praktijk van haar pre-moderne vloeisystemen, voor Nederland de UNESCO-status immaterieel erfgoed van de mensheid verkregen. Lommel heeft dat voor België verkregen. Er wordt onderling informatie uitgewisseld en samengewerkt.