Van Heek, G.J. et al. (1897), Verslag der Staatscommissie benoemd bij het Koninklijk Besluit van 5 mei 1893 No. 16 tot het instellen van een onderzoek omtrent de bevloeiingen, ‘s-Gravenhage; 139;*
Kuenen, L.J. (2018) Op het land van heer en boer; een cultuurhistorische onderzoek naar de Hambroekplassen en omgeving te Borculo (gem. Berkelland), Weesp; 25/6;**
* ‘De Berkel (…) gaat (in Duitsland red.) door zeer vruchtbare terreinen, zodat dan ook haar water (in Nederland red.) zeer geschikt is om er gronden mede te bevloeien. (…) De eigenaars zijn er uitermate op het bevloeiingswater gesteld.’
De staatscommissie verwachtte niet dat er veel animo zou zijn voor de door haar gepropageerde rugbevloeiing ‘… daar de opbrengst reeds thans zeer voldoende en er overvloed aan water is.’ Bevloeiingen langs de Berkel komen in meerdere historische publicaties terug. Daarbij vallen de duikers op ter bevloeiing (red., zie ook GE035).
** ‘A 142 (perceelsaanduiding red.): een weide, den Hagen genoemd, met den daar annexen Schapevondersdijk tusschen de rievier de Bercel, de Diepemeen en de Essenbeek, groot 16 morgen 540 roeden (...), wordt jaarlijks gehooit. Is goede vrugtbare grond, voor geen verbetering vatbaar, kan bij ordinair water uit de rievier de Bercel onder water worden gezet.’ Eraan verbonden zijn het onderhoud van een brug over de Berkel, twee gemetselde en twee houten duikers ter opbrenging en ontlasting van het water aan Kadijk en een deel van de ruiming van de beek. (zie voor vloeiduikers ook GE035 en OV057, red.)