Van Heek, G.J. et al. (1897), Verslag der Staatscommissie benoemd bij het Koninklijk Besluit van 5 mei 1893 No. 16 tot het instellen van een onderzoek omtrent de bevloeiingen, ‘s-Gravenhage; 143*
* ‘De hoedanigheid der weilanden is met name ook bij de Haar vrij goed. Boven deze molen liggen 2 à 3 H.A. die voor ongeveer 30 jaren als vloeiweide werden ingericht, hetgeen, ofschoon zij thans niet meer bevloeid worden, aan den vorm der landen nog zeer goed te herkennen is. De breedte der ruggen is ongeveer 20 M. De juiste reden waarom men aldaar de bevloeiing heeft opgegeven, kon ons niet recht duidelijk gemaakt worden.’