J.A. Lycklama à Nijeholt (1871), Frieslands waterstaat en landbouw. Beschouwingen over de rapporten en voorstellen tot verbetering van den stand van het boezemwater in de provincie Friesland, Leeuwarden; 24;
Louman, J.P.A. (2007), Fries waterstaatsbestuur, Een geschiedenis van de geschiedenis vanaf het midden van achttiende eeuw tot omstreeks 1970, Amsterdam; 335 – 339;*
Het handelt hier om een verzoek tot inpoldering / bekading van gronden onder Wyns en Miedum, van enkele eigenaren, terwijl een meerderheid van eigenaren daartegen was omdat ze de praktijk van ‘ondervloeiing’ (inundatie) in stand wilden houden. Het wordt een reglementair dispuut, een zoektocht naar alternatieven (lage zomerkaden) en ook een discussie over de waarde van de praktijk van ondervloeiing, in 1871 gepassioneerd bepleit door het statenlid J.A. Lycklama à Nyeholt zeer deskundig en actief in waterstaatszaken:
* ‘Water geeft duizenden guldens aan mest, terwijl er duizenden uitgegeven moeten worden, om polders daar te stellen en bovendien duizenden om die ingepolderde landen van mestspecie te voorzien.’