Vermaes A.J. (1891), Verbetering en kanalisatie van de Tjonger – Met drie platen (Overdruk uit het Tijdschrift van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs 1890-1891, 201-221);
Van Heek, G.J. et al. (1897), Verslag der Staatscommissie benoemd bij het Koninklijk Besluit van 5 mei 1893 No. 16 tot het instellen van een onderzoek omtrent de bevloeiingen, ‘s-Gravenhage; 117-118;
Hoegen, A.C. (2016), Ontginning en traditionele bevloeiing langs de Tjonger tussen Makkinga en Olderberkoop, SBB Divisie Beheer en Ontwikkeling, Fryslân;*
* ‘De ontwerpers van het Tjongerkanaal uitten hun twijfels over het nut van bevloeiing, maar ze constateren echter: “het denkbeeldige nut [is] echter zoodanig vastgeworteld, dat bij de kanalisatie van de Tjonger de inrichting moest worden getroffen om hieraan te kunnen voldoen”.’ (zie ook FR005-FR008, red.)
Bermsloten dienden als waterbuffer voor het achterland en tevens voor bevloeiing. In de bermsloten werden daartoe stuwen geplaatst. In de kanaaldijk werden duikers met schuiven aangelegd om deze sloten te kunnen voeden. Delen van het traject bermsloten bestonden uit de beddingen van de oorspronkelijke Tjonger. Bij/in deze Twijteler hooilanden is nog een inlaat in de kanaaldijk en een bermsloot/Tjongermeander aanwezig.