Carsten, H.J. (1894), Het vloeien van hooi- en weilanden en den aanleg van vloeiweiden, hoofdzakelijk in Drenthe, Zwolle; 36-37;*
* ‘Nog werden door wijlen den Heer J. ter Haar, landeigenaar in de gemeente Zuidwolde, bij den aanleg en ontginning van een klein boerenplaatsje, bestaande grootendeels in uitgeveend land, groot ongeveer 12 hectaren, gelegen in de gemeente Zuidwolde, nevens de waterleiding der Drentsche Kanaal-Maatschappij (waardoor het water onmiddellijk uit het Hoogeveensche kanaalpand wordt afgevoerd, deels naar het Ossenpand en deels naar de Reest), vijf kampen uitgebaggerde veengrond, ter grootte van ongeveer elf hectaren, aangelegd tot hooiland. Die vijf kampen zijn na eerst eenigszins gelijkgemaakt en bewerkt te zijn, ontgonnen en vruchtbaar gemaakt, uitsluitend door bevloeiing met het water uit die waterleiding, hetwelk door het plaatsen van een schutje in die waterleiding, door aanleg van stuwkaden rondom het vloeiterrein en door middel van een toevoersloot over het te vloeien land werd geleid en daarna in een nabijgelegen wijk werd afgevoerd. Het schutje is in 1874 gebouwd en heeft toen p.m. f 800,- gekost. Gewoonlijk werd het schutje in December dichtgezet en de schotten omstreeks Mei weder weggenomen.’