Carsten, H.J. (1894), Het vloeien van hooi- en weilanden en den aanleg van vloeiweiden, hoofdzakelijk in Drenthe, Zwolle; 31;*
* ‘Het waterschap Zuidlaren (…) kan ook en dan maar voor een gedeelte tot de vloeiwaterschappen gerekend worden. De vloeiing is echter geheel van het toeval en van de waterstanden van de Oostermoersche vaart afhankelijk. (…) Die toestand is uiterst gebrekkig, doch het schijnt dat men gedurende een zekeren tijd van het jaar met het onderstuwen der gronden, ook al is van eenige strooming geen sprake, goede resultaten verkrijgt.’