Carsten, H.J. (1894), Het vloeien van hooi- en weilanden en den aanleg van vloeiweiden, hoofdzakelijk in Drenthe, Zwolle; 36;*
Van Heek, G.J. et al. (1897), Verslag der Staatscommissie benoemd bij het Koninklijk Besluit van 5 mei 1893 No. 16 tot het instellen van een onderzoek omtrent de bevloeiingen, ‘s-Gravenhage; 125;**
* ‘(D)oor een landbouwer wijlen Willem Lucas Stapel in de gemeente de Wijk, (werd) een aan hem behorend perceel slecht groenland, groot circa 4 hectaren, gelegen bij de stuw aan de Reest onder Bloemberg, gemeente Zuidwolde, met kanaalwater uit de waterleiding naar de Reest, gedurende de wintermaanden gevloeid, met zoodanig gunstig gevolg dat dit land, hetwelk voor den aanvang der bevloeiing bijna geen hooi opbracht, na dien tijd twee tot driemaal kon worden gehooid en overvloedig gras opleverde.’
** ‘(Bevloeiing met kanaalwater), geschiedt ook nabij Bloemberg in de gemeente Zuidwolde, alwaar een perceel, groot 4 H.A., gelegen bij de stuw aan de Reest, met het water uit de waterleiding van de Hoogeveensche Vaart bevloeid wordt, terwijl het water naar de Reest geloosd wordt. Hier wordt echter, in tegenstelling met de algemeen heerschende gewoonte om van Maart tot Juni te vloeien, gedurende de wintermaanden gevloeid.’