‘s Rijks Waterstaat (1896), Schetsontwerpen ter verbetering van de de kleine rivieren, in 1890 – 1893; 11, 44;*
Vegter, U., provincie Drenthe (1990), Hydro-ecologische relaties in het beekdal van de Dwingeler- en Beilerstroom, Assen; 91, 121;*8/***
Bakker, T.W.M. et.al (1986), Het Dwingelderveld, een Drents heidelandschap, Wageningen;118;****
De Goede, J. (2021) ,Het waterschapserfgoed van de Oude Vaart, Een onderzoek naar de geschiedenis van de Oude Vaart in Drenthe en de mogelijkheden van het waterschapserfgoed in ontwerpopgaven, Groningen; 61;
* Stuwen (zijn noodig) voor een tweeledig doel: 1o. bevloeiing der oeverlanden met winterwater (en bevloeiing in het voorjaar red. 44) en 2o. opstuwing van het lage zomerwater tot voorkoming van uitdroging dier landen en tot levensonderhoud van het des zomers daarop weidende vee. In de ontwerpen zijn daarvoor aangenomen eenvoudige houten schutten met een voor de behoefte voldoend aantal openingen van beperkte wijdte, zóó dat zij door eene houten schuif geslooten kunnen worden. Dergelijke eenvoudige schutten zijn blijkens de grondplans en lengteprofillen thans reeds op verschillende plaatsen aanwezig (…).’
** ‘Het gebied is op uitgebreide schaal bevloeid geweest.’ *** ‘Dit water werd gebruikt om de hooilanden te bevloeien door het water in de beek met behulp van stuwen hoog te houden. Hierdoor kwamen nutriënten voor de planten beschikbaar en werd slib gedeponeerd. Via ondiepe greppelsystemen en het gebruik van schutten werd beekwater op de hooilanden gelaten en kon het opkwellend ijzerrijke grondwater afgevoerd worden.’
**** ‘Deze techniek is in het beekdal van de Oude Vaart op grote schaal toegepast. De bevloeide oppervlakte moet zeer groot geweest zijn. Stroomopwaarts van het Lheebroekerschut was dit al 1000 ha.’