‘s Rijks Waterstaat (1896), Schetsontwerpen ter verbetering van de de kleine rivieren, in 1890 – 1893; 11, 44;*/**
* Stuwen (zijn noodig) voor een tweeledig doel: 1o. bevloeiing der oeverlanden met winterwater (en bevloeiing in het voorjaar red. zie **) en 2o. opstuwing van het lage zomerwater tot voorkoming van uitdroging dier landen en tot levensonderhoud van het des zomers daarop weidende vee. In de ontwerpen zijn daarvoor aangenomen eenvoudige houten schutten met een voor de behoefte voldoend aantal openingen van beperkte wijdte, zóó dat zij door eene houten schuif geslooten kunnen worden. Dergelijke eenvoudige schutten zijn blijkens de grondplans en lengteprofillen thans reeds op verschillende plaatsen aanwezig (…).’
** ‘Ter bevloeiing van den hooilanden langs de Oude Vaart in den winter en in het voorjaar zijn in den stroom tusschen Beilen en Meppel de onderstaande keerschutten of stuwen aanwezig (waaronder red.): Hooge- of Uffelterschut.’