‘s Rijks Waterstaat (1896) Schetsontwerpen ter verbetering van de de kleine rivieren, in 1890 – 1893; 11; 44;*
Cancrinus, S. (1976), Drenthe van vroeger en nu, Groningen; 32, 33;
Vegter, U., provincie Drenthe (1990) Hydro-ecologische relaties in het beekdal van de Dwingeler- en Beilerstroom, Assen; 83, 121;**/***
* Stuwen (zijn noodig) voor een tweeledig doel: 1o. bevloeiing der oeverlanden met winterwater (en bevloeiing in het voorjaar red. p44) en 2o. opstuwing van het lage zomerwater tot voorkoming van uitdroging dier landen en tot levensonderhoud van het des zomers daarop weidende vee. In de ontwerpen zijn daarvoor aangenomen eenvoudige houten schutten met een voor de behoefte voldoend aantal openingen van beperkte wijdte, zóó dat zij door eene houten schuif geslooten kunnen worden. Dergelijke eenvoudige schutten zijn blijkens de grondplans en lengteprofillen thans reeds op verschillende plaatsen aanwezig (…).’
** ‘Op uitgebreide schaal zijn in dit gebied vloeiweiden aanwezig geweest.’ ***‘Dit water werd gebruikt om de hooilanden te bevloeien door het water in de beek met behulp van stuwen hoog te houden. Hierdoor kwamen nutriënten voor de planten beschikbaar en werd slib gedeponeerd. Via ondiepe greppelsystemen en het gebruik van schutten werd beekwater op de hooilanden gelaten en kon het opkwellend ijzerrijke grondwater afgevoerd worden.’